start hier

opbouw

De opbouw van het educatiepad. Leren én ontwikkelen.

Open Space-onderwijs heeft tot doel om leerlingen individueel en leerkrachtvrij te laten leren en om gezamenlijk te ontwikkelen door het verwerven van zelfstandigheid en verantwoordelijkheid. Het educatiepad vormt daarin een rode draad.
Het leren, dus het opdoen van kennis en vaardigheden volgens de eindtermen voor het basisonderwijs, het voortgezet onderwijs en de Bachelor-studie, neemt in totaal gemiddeld 1/3 deel van de totale schooltijd in beslag. Elke leerling doorloopt het educatiepad in zijn eigen tempo volgens een zelfgekozen leerstrategie. Dat kan op school, door er thuis of op een andere plaats aan te werken, in een groep of alleen. Alles wat bij de leerling past is mogelijk. Op die manier leert een leerling wat het best voor hem werkt en leert hij of zij zichzelf goed kennen. Ook kan een leerling moeiteloos overstappen van Open Space-basisonderwijs naar Open Space-voortgezet onderwijs of van Open Space-thuisonderwijs naar Open Space-schoolonderwijs. Het educatiepad staat namelijk centraal en daarmee borg voor de verwerving van de vereiste vaardigheden die we als samenleving van een opgroeiend kind verwachten.
De overige tijd, 2/3 deel dus, is bestemd voor de ontwikkellijn en wordt specifiek ingevuld door de onderwijsorganisatie die het Open Space-onderwijs aanbiedt. Hierin leert een leerling zelfstandig en met een eigen verantwoordelijkheid om te gaan met zijn of haar omgeving. En daarin zijn veel variaties: sport, levensbeschouwelijke activiteiten, muziek of unschooling-activiteiten.

De elementen voor kennis en vaardigheid binnen Open Space.
Het Open Space-educatiepad is opgebouwd uit de kennis- en vaardigheidselementen die in de eindtermen beschreven staan. Elk element daarvan, zowel in het basisonderwijs, het voortgezet onderwijs en in de Bachelor-studie, wordt aangeleverd met de volgende onderdelen:

  • De geschiedenis.(Wat is de oorsprong of waar is het ontstaan?)
  • De toepassing. (Waar komt dit aan de orde in de samenleving?)
  • Manieren van uitleg. (Minimaal 5, bijvoorbeeld films van leerkrachten, een tekenfilm, methoden of een uitleg van een mede-leerling.)
  • Oefenmateriaal.
  • Proeftesten. (Inclusef een keuze in de manier van testen.)

In dit aanbod kan vanzelfsprekend rekening worden gehouden met individuele achtergronden, zoals bijvoorbeeld de levensbeschouwelijke opvattingen van de leerling of de organisatie. Op die manier sluiten leren en ontwikkelen naadloos op elkaar aan.

Testen en examens.
Wanneer een leerling voldoende kennis heeft opgedaan of voldoende vaardig denkt te zijn, kan de leerling zelf een test inplannen en uitvoeren. Dit kan plaatsvinden in de examenkamer van de onderwijsorganisatie.
De testen die een leerling mag doen, bevinden zich rond zijn of haar positie in het educatiepad. Leerlingen kunnen de gehele leerlijn bekijken en ermee werken, maar kunnen niet overal zomaar een test in maken, tenzij er toestemming wordt gegeven door de begeleider.
Daarnaast kan de onderwijsorganisatie besluiten om een eindtest aan te bieden voor leerlingen die de laatste toest binnen het basisonderwijs succesvol hebben afgerond (vergelijkbaar met de CITO-score of een basisschooldiploma). In dat geval zorgt Open Space voor de beschikbaarheid van oefenmateriaal.
Soortgelijke testen kunnen ook worden aangeboden op het niveau van VMBO, MBO, HBO en VWO. Deze testen kunnen worden gezien als examens op de niveaus waarbij leerlingen met succes kunnen doorstromen naar meer specialistisch, beroepsgericht onderwijs.

/